Betrekkelijke bijzin ingeleid door het betrekkelijk voornaamwoord που
Που als onderwerp in de bijzin.
| η γυναίκα που πέρασε χτες, είναι η θεία της Άννας. | de vrouw die gisteren langs kwam, is Anna's tante. |
| η θεία Κατίνα, που είναι νοσοκόμα, θα 'ρθει αύριο. | tante Katina, die verpleegster is, komt morgen. |
| τα παιδιά που παίζουν κάτω στο δρόμο, είναι ελληνόπουλα. | de kinderen, die beneden op straat spelen, zijn Griekse kinderen. |
| τα παιδιά μου, που έπαιξαν έξω όλη την μέρα, τρώνε με όρεξη. | mijn kinderen, die de hele dag buiten gespeeld hebben, eten naar hartelust. |
| πες το στον κύριο που κάθεται στη ρεσεψιόν. | vertel het aan de heer die bij de receptie zit. |
| αυτά τα βιβλία, που μου αρέσουν πολύ, είναι πανάκριβα. | deze boeken, die ik erg mooi vind, zijn verschrikkelijk duur. |
Nb. de uitbreidende betrekkelijke bijzinnen worden voorafgegaan door een komma.
Nb. Het kan voorkomen dat de Nederlandse bijzin het karakter heeft van een bijvoeglijke/betrekkelijke bijzin, terwijl het Grieks deze als een consecutieve bijzin (gevolgaanduidende bijzin) interpreteert.
| θέλουμε μια κοπέλα που να μιλάει ελληνικά. | we willen een meisje dat Grieks spreekt. |
Nb. In een betrekkelijke bijzin waarin de verwijzing naar het antecedent zelf het onderwerp is, kan ook οποίος als betrekkelijk voornaamwoord gebruikt worden.
| το σπίτι του Σλίμαν, το οποίο αναπαλαιώνεται, είναι ένα κτίριο νεοκλαστικού ρυθμού. | het huis van Schliemann, dat gerestaureerd wordt, is een neoclassicistisch gebouw. |