Lidwoorden
το άρθρο
Er zijn twee soorten lidwoorden: bepaalde en onbepaalde.
Bepaalde lidwoorden duiden aan dat het erop volgende zelfstandig naamwoord een welomschreven, herkenbare, goed te identificeren persoon, object of begrip is.
Onbepaalde lidwoorden impliceren dat het erop volgende zelfstandig naamwoord een nog nader te omschrijven, onbekend, niet te identificeren persoon, object of begrip is.
Het gebruik van het lidwoord stemt in het Grieks grotendeels, maar niet geheel overeen met het gebruik in het Nederlands.
Bepaald lidwoord
το οριστικό άρθρο
Bepaalde lidwoorden worden verbogen naar geslacht, getal en naamval.
enkelvoud | meervoud | |||||
mannelijk | vrouwelijk | onzijdig | mannelijk | vrouwelijk | onzijdig | |
Nom. | ο | η | το | οι | οι | τα |
Gen. | του | της | του | των | των | των |
Acc. | το(ν) | τη(ν) | το | τους | τις | τα |
De slot-ν van de accusativus enkelvoud mannelijk en vrouwelijk (τον, την) wordt uitgesproken en geschreven indien het daarop volgende zelfstandig naamwoord met een klinker, of met één van de medeklinkers κ, π, τ, γκ, μπ, ντ, ξ, ψ begint. Indien het erop volgende woord met een andere medeklinker begint dan de hiervoor genoemde, wordt de slot-ν niet uitgesproken en niet geschreven.
Indien het voorzetsel σε (in, naar, aan) aan het lidwoord voorafgaat, wordt het tezamen met het lidwoord als één woord geschreven (apocope van de ε): στο(ν), στη(ν), στο, στους, στις, στα.
Alleen in enkele archaïsche uitdrukkingen is de dativus van het lidwoord nog zichtbaar:
είκοσι τοις εκατό | twintig procent |
δόξα τω Θεώ | God zij dank |
Onbepaald lidwoord
το αόοριστο άρθρο
Onbepaalde lidwoorden worden verbogen naar geslacht en naamval.
mannelijk | vrouwelijk | onzijdig | |
Nom. | ένας | μια | ένα |
Gen. | ενός | μιας | ενός |
Acc. | ένα(ν) | μια | ένα |
De vormen van het onbepaald lidwoord zijn nagenoeg identiek aan het telwoord ένας (één). Het verschil is dat de vrouwelijke vormen van het onbepaald lidwoord éénlettergrepig zijn, terwijl die van het telwoord vaak tweelettergrepig zijn: μια γυναίκα (een vrouw), μία γυναίκα (één vrouw).
De slot-ν van het mannelijk onbepaald lidwoord (έναν) is niet verplicht. Als de Griekse spreker de slot-ν wél gebruikt, gelden dezelfde regels als die voor de slot-ν van het bepaalde lidwoord.
Zeer sporadisch wordt de vorm μιαν aangetroffen in plaats van de reguliere accusativusvorm van het vrouwelijk onbepaald lidwoord μια.
Reduplicatie
Als een bijvoeglijk
naamwoord achter het bijbehorende zelfstandige naamwoord wordt
geplaatst, wordt het lidwoord herhaald:
ο καλός δάσκαλος, ο δάσκαλος ο καλός - de goede leraar.
Reduplicatie van het lidwoord treedt ook op bij gebruik van het aanwijzend voornaamwoord ίδιος:
το ίδιο το σχολείο - dezelfde school
Nb. Het kan ook een persoonlijk voornaamwoord zijn.
NB. lidwoord en accent
Als éénlettergrepig woord heeft het lidwoord in principe geen accent.
Μπαμπινιώτης echter, stelt in zijn Γραμματικη της νέας Ελλνικής dat elk gebruik van het lidwoord in de genitivus voorzien
moet worden van een accent, in ieder geval als het twee zelfstandige naamwoorden scheidt. Dit voorkomt bij de lezer twijfel of de zin vervolgd wordt
met een meewerkend voorwerp of niet. In genoemde grammatica doet hij dit dan ook consequent.
Dit accentueren van een lidwoord vindt een duidelijke toepassing in de volgende zin:
αφήστε που η χαρά τού να φτιάξεις μόνος σου τυρί στο σπίτι - laat het plezier om een ... te maken, maar aan ons over
Door het accentueren van τού is het dan duidelijk dat er in 'het gebruik van ...'
sprake is van een gesubstantiveerde bijzin,
waarbij 'van ...' deze bijzin inleidt.