Bijwoorden
τα επιρήμματα
Bijwoorden noemen een eigenschap, kenmerk of toestand van andere woorden of zelfs een hele zin.
een kenmerk van: | ||
werkwoord | φεύγει βιαστικά | hij vertrek haastig. |
bijvoeglijk naamwoord | ο καθηγητής ήταν εξαιρετικά αυστηρός | de leraar was uitzonderlijk streng. |
bijwoord | περάσαμε πολύ καλά στο πάρτι. | we hebben ons heel goed vermaakt op het feestje. |
hele zin | ευτυχώς, έφτασα στην ώρα μου | gelukkig kwam ik op tijd. |
In het Nederlands is het niet mogelijk om met een bijwoord een eigenschap van een zelfstandig naamwoord weer te geven. In het Grieks kan dat wel: το κάτω διαμέρισμα - het benedenappartement.
Bijwoorden vormen steeds de basis van een bijwoordelijke bepaling.
Bijwoorden kunnen ingedeeld worden in:
- bijwoorden van plaats of tijd (ergens, landinwaarts,
daarheen, er, overal, altijd, morgen etc.)
- bijwoorden van graad, kwantiteit of hoedanigheid (de manier waarop)(anders, bijna, graag, zeer, te, zo
etc.)
- bijwoorden van modaliteit (hiermee wordt de houding
van de spreker ten opzichte van de mededeling
uitgedrukt)(mogelijk,
niet, nog, reeds, ook, slechts,
waarschijnlijk, zelfs etc.)
- zinsverbindende bijwoorden (deze drukken het verband
uit dat er tussen een zin en de voorafgaande zin
bestaat)(bovendien, desondanks, daarentegen, immers,
trouwens etc.)
Deze indeling heeft verder geen speciale consequenties
voor de zinsbouw, maar geeft wel een goed beeld van de
functie van de bijwoorden.
Los van deze indeling zijn
de bijwoorden nog in te delen naar:
- bijwoorden met een zelfstandige betekenis (dus, misschien,
nergens, vaak)
- bijwoorden zonder zelfstandige betekenis (daar, erbij, hierover,
waardoor). Deze bijwoorden ontlenen hun betekenis aan de context,
ofwel:
a. door iets aan te wijzen (daar, hier, daarachter)
b. door iets te vragen (hoe, waar, wanneer, waaraan)
c. door naar iets te verwijzen (waar, waarom, daardoor, erover).
De bijwoorden van categorie b. leiden tot vraagzinnen, die van c.
kunnen leiden tot betrekkelijke bijzinnen.
Nb. De woorden 'ja' en 'nee' behoren niet tot de bijwoorden maar tot de tussenwerpsels.