Grammatica//Morf/MorfBijw2Betr
Vragende bijwoorden
Vragende bijwoorden leiden een vraagzin in. Zie dus aldaar.
- όπου (waar)
- πώς (hoe)
- όποτε (wanneer)
Het Nederlands kent een grote groep van (scheidbare) vragende bijwoorden die gevormd worden door 'waar' met voorzetsel:
waarlangs, waarover enz. Soms wijzigt het voorzetsel, zoals in 'waarmee'.
| με τί το έχεις επισκευάσει; | waar heb je dat mee gerepareerd? |
| με τί; | wáarmee? (vol verbazing) |
| για τί μιλούσαν; | waarover spraken zij? |
| για τί; | wáarover? |
| πού πήγαν; | waar gingen ze heen? |
| πού; | wáarheen? |
| πέρασα από το σπίτι των γονιών μου αλλά κανείς δεν ήταν σπίτι. | ik reed langs het huis van mijn ouders maar er was niemand thuis. |
| από πού; | wáarlangs? |
Nb. In het Nederlands zijn diverse vragende bijwoorden ook te gebruiken als betrekkelijk bijwoord : waar, wanneer, waarbij etc.
©
Auteursrecht voorbehouden. Zie pagina Copyright