Syntaxis, lidwoord, specifiek of algemeen
Werk in uitvoering
Lidwoorden vallen uiteen in bepaalde lidwoorden en onbepaalde lidwoorden.
Dit betekent dat er drie mogelijkheden zijn: een zelfstandig naamwoord wordt voorafgegaan door een bepaald lidwoord, een onbepaald lidwoord
of door geen van beide.
De keuze hiervoor hangt samen met de vraag of de zin een specifieke situatie of een algmene situaie beschrijft.
Over het algemeen zal een specifieke situatie samengaan met een bepaald lidwoord, en een algemene situatie met een
onbepaald lidwoord of geen lidwoord.
Toch kan het zeer wel voorkomen dat in een algemene uitspraak een bepaald lidwoord wordt gebruikt.
| de mens is van nature goed. |
In veel gevallen stemt het gebruik van een bepaald of een onbepaald lidwoord in het Nederlands en het Grieks overeen.
Gaat het om een algemene uitspraak dan kan er een verrassend verschil optreden, waarbij er in het Grieks minder vrijheid is dan in het Nederlands.
Bekijk de algemene uitspraak in de volgende zinnen:
| op een envelop schrijft men de naam van de geadresseerde links bovenaan. |
| op een envelop schrijft men de naam van geadresseerde links bovenaan. |
In het Nederlands geven beide zinnen de algemene uitspraak correct weer.
De Griekse vertaling luidt:
| σε έναν φάκελο το όνομα του αποστολέα γράφεται πάνω και αριστερά. |
Het Grieks gebruikt in deze algemene uitspraak het lidwoord omdat het altijd om een, weliswaar onbekende, maar toch specifieke geadresseerde gaat.
Nog een paar voorbeelden:
| η μυρωδιά του κρέατος που ψηνόταν στον φούρνο, μας άσνοιξε την όρεξη. | de geur van vlees dat in de oven werd gebraden, deed ons watertanden. | niet zo maar vlees, maar specifiek het vlees dat in de oven stond te braden. |
| δίνω/ κάνω διάλεξη | een lezing houden |
Geen lidwoord
Binnen de verzamling van gevallen waarin het Grieks geen lidwoord gebruikt, is een speciale groep af te zonderen.
Deze worden gekenmerkt door de combinatie van twee zelfstandige naamwoorden waarbij de tweede in de genitivus staat.
Tezamen beschrijven deze een specifiek begrip dat in het Nederlands door een enkel zelfstandig naamwoord wordt beschreven.
Deze situatie wordt dan ook tot de woordvorming gerekend.