lidw zelfst.nw bijv.nw bijw voornaamw telw werkw voorz voegw part woordvorming
Syntaxis
direct naar: Grammatica    Morfologie    Syntaxis
zinsdeel enkelv zin sameng zin hoofdzin vraagzin bijvoeglijke/betrekkelijke bijzin complementszin bijwoordelijke bijzin
werkwoord naamvallen lidw zelfst nw bijv nw voornaamw telw bijw voorz voegw part woordvolgorde diversen
persoonlijk bezittelijk aanwijzend onbepaald wederkerend wederkerig vragend betrekkelijk
Grammatica//Synt/SyntVorn2Wedd


Wederkerende voornaamwoorden


Wederkerende voornaamwoorden zijn bijzondere vormen van de persoonlijke voornaamwoorden.
Zij verwijzen altijd naar het onderwerp van de zin.

De wederkerende voornaamwoorden in het Nederlands zijn:
me, je, zich, ons, mezelf, jezelf, zichzelf, onszelf.

Het Griekse wederkerende voornaamwoord is: ο εαυτός. Dit wordt steeds gecombineerd met een bezittelijk voornaamwoord. Dit leidt dat tot de volgende combinaties:
ο εαυτός μου, ο εαυτός σου, ο εαυτός του, ο εαυτός της, ο εαυτός μας, ο εαυτός σας, ο εαυτός τους


Het gebruik van het wederkerend voornaamwoord in het Grieks en het Nederlands komen niet overeen.

Het niet nadrukkelijke gebruik van het Nederlandse wederkerende voornaamwoord (me, je, zich, ons) wordt in het Grieks tot uitdrukking gebracht in het werkwoord.

πλένομαι. ik was me.

Voor het nadrukkelijk gebruik van het wederkerend voornaamwoord (mezelf, jezelf, zichzelf, onszelf) gebruikt het Grieks de constructie met εαυτός.

κοιτάζει μόνο τον εαυτό της. zij denkt alleen aan zichzelf.

Het wederkerend voornaamwoord ο εαυτός wordt als volgt verbogen:

  enkelvoud
nom ο εαυτός
gen του εαυτού
acc τον εαυτό

Achter ο εαυτός plaatst men de genitivus van het zwak persoonlijk voornaamwoord: μου, σου, του, της, μας, σας, τους. Bijvoorbeeld:

κοιτάζει μόνο τον εαυτό της. zij denkt alleen aan zichzelf.
είπα στον εαυτό μου ... ik zei bij mijzelf ...
μόνο για τον εαυτό σας νοιάζεστε. jullie geven alleen om julliezelf.
δεν είναι κύριος του εαυτού του. hij is zichzelf niet meester.


Men treft ook de ironische vorm ο εαυτούλης (μου, ζου etc.) aan.
Σκέφτομαι μόνο τον εαυτούλη του (hij denkt alleen maar aan zichzelf, met de ondertoon van 'ikke, ikke, en de rest kan stikken').

In de spreektaal komt in plaats van τον εαυτό μας, σας, τους ook de vorm τους εαυτούς μας, σας, τους voor; en in plaats van του εαυτού μας, σας, τους komt ook de vorm των εαυτών μας, σας, τους voor. Deze meervoudsvorm wordt vooral gebruikt als er in de zin een bijstelling staat die congrueert met het wederkerend voornaamwoord. Bijvoorbeeld:
νομίζουν τους εαυτούς τους ανώτερους απ' όλους (zij vinden zich beter dan de rest).

Nb. Ο εαυτός μου kan niet gebruikt worden in combinatie met de voorzetsels van plaats (κοντά, δίπλα επέναντι, μακριά). In plaats daarvan wordt alleen het zwakke persoonlijk voornaamwoord gebruikt:
έβαλε τη Μαρία κοντά του/ δίπλα του/ απέναντι του/ μακριά του hij plaatste Maria dichtbij zich/ naast zichzelf/ tegenover zichzelf/ ver van zichzelf.

Nb. In sommige gevallen kan het Grieks het wederkerend vornaamwoord achterwege laten als dit uit de contect al duidelijk is:
ο καθρέφτης είναι ψηλά και δε βλέπω de spiegel hangt hoog en ik kan mezelf (dus) niet zien.

 

 

 

 

 


Auteursrecht voorbehouden. Zie pagina Copyright
 
  
 

Betekenis:
Semantiek

l

Zin:
Syntaxis

l

Woord:
Morfologie

l

Letter:
Alfabet

l

Klank:
Fonologie

     

*

*

*

*

   

+

+

De bovenstaande zwarte sterren geven van elke pagina het niveau aan.

1 ster: beginnersniveau
2 sterren: gevorderden-niveau
3 sterren: studieniveau

1 plus: beschouwing
2 plussen: overzicht