Eerste kolom
lidw zelfst.nw bijv.nw bijw voornaamw telw werkw voorz voegw part woordvorming
Syntaxis
direct naar: Grammatica    Morfologie    Syntaxis
zinsdeel enkelv zin sameng zin hoofdzin vraagzin bijvoeglijke/betrekkelijke bijzin complementszin bijwoordelijke bijzin
werkwoord naamvallen lidw zelfst nw bijv nw voornaamw telw bijw voorz voegw part woordvolgorde diversen
Grammatica//Synt/SyntVoeg3NeveAdve


Voegwoorden


Nevenschikkende voegwoorden

Hoofdzinnen worden met elkaar verbonden door nevenschikkende voegwoorden, zoals: en, maar, of, noch, zowel ... als, evenmin ... als, hetzij, echter, toch, desondanks.
Nevenschikkende voegwoorden kunnen ook zinsdelen met elkaar verbinden.
Onderscheiden worden:
- samenvoegende voegwoorden
- disjunctieve voegwoorden
- adversieve voegwoorden


Adversatieve voegwoorden

Adversatieve voegwoorden zijn voegwoorden die een tegenstelling weergeven.

De meest gebruikelijk adversatieve werkwoorden zijn:

άλλα maar, doch
μα maar, doch
όμως maar, daarentegen, echter
και/κι όμως en toch, maar toch, toch
ωστόσο toch, desondanks

Een tegenstelling kan versterkt worden met het partikel μεν.

Enkele minder gebruikelijke adversatieve voegwoorden zijn:
δε, παρά, πλην (όμως), αλλ' όμως .

De adversatieve voegwoorden worden in het Grieks over het algemeen op dezelfde manier gebruikt als in het Nederlands:

έψαξα παντού, αλλά δεν το βρήκα. ik heb overal gezocht, maar heb het niet gevonden.
με είχαν καλέσει, μα δεν πήγα. ze hadden me uitgenodigd, maar ik ben niet gegaan.
ο Θανάσης κάθισε πέντ' έξι μέρες, όμως η Φανή έφυγε αμέσως. Thanasis bleef een paar dagen, maar Fani ging onmiddellijk weg.
ήταν πολύ στενοχωρημένος κι όμως δε μου είπε τίποτα. hij was erg verdrietig en toch vertelde hij me niets.
δεν είπε τίποτα στο σπίτι, ωστόσο το έμαθαν οι γονείς του. hij zei er thuis niets over, maar zijn ouders kwamen het toch te weten.
βρήκε μια πρόχειρη αλλά ικανοποιητική λύση. ze vonden een tijdelijke, doch bevredigende oplossing.


Wanneer een tegenstelling in twee opeenvolgende zinnen wordt uitgedrukt (gescheiden door een punt of hoge punt), worden όμως en ωστόσο in de tweede  zin doorgaans niet vooraan geplaatst, maar achter het zinsdeel dat in contrast staat met wat er in de eerste zin wordt uitgedrukt.:

 

ο Θανάσης κάθισε πέντ' έξι μέρες. Η Φανή όμως έφυγε αμέσως. Thanasis bleef een paar dagen. Fani daarentegen ging onmiddellijk weg. όμως staat direct achter Fani, vanwege de tegenstelling tussen Thanasis en Fani.
δεν είπε τίποτα στο σπίτι· το έμαθαν ωστόσο οι γονείς του. hij zei er thuis niets over; desondanks kwamen zijn ouders het te weten. ωστόσο staat achter έμαθαν, vanwege de tegenstelling tussen 'niets zeggen' en 'te weten komen'.
μου αρέσει η επαρχία· όμως, δε θα ήθελα να ζήσω σε χωριό. ik houd van het platteland; toch zou ik niet in een dorp willen wonen. de hele tweede zin vormt het contrast met de eerste: όμως wordt vooraan geplaatst gevolgd door een komma.


Soms wordt een tegenstelling versterkt door in de eerste hoofdzin het partikel μεν te plaatsen, gevolgd door δε (in de betekenis van maar) of αλλά in de tweede zin.

καταλαβάινω μεν τι θέλεις, αλλά δεν θα σου κάνω το χατίρι. ik begrijp heus wel wat je wilt, maar je krijgt tch je zin niet.
ναι μεν έχεις δίκιο, αλλά δεν γίνεται. (ja,) je hbt gelijk, maar het gaat gewoon niet.

 

Minder gebruikelijk adversatieve voegwoorden zijn:

δε maar altijd op de tweede plaats in de zin (niet te verwarren met de onkenning δε).
παρά maar altijd met een ontkenning in de hoofdzin.
πλην (όμως) maar  
αλλ΄ όμως maar  

 

εμείς φύγαμε, εκείνοι δε μείνανε. wij zijn weggegaan, maar zj zijn (nog) gebleven.
εμείς μεν φύγαμε, εκείνοι δε μείνανε. wj zijn weggegaan, maar zj zijn (nog) gebleven).
δεν κάθεται, παρά τρέχει όλη την μέρα. hij luiert (lett.: zit) (helemaal) niet, maar rent (zich) de hele dag (rot).
το ήθελε, πλην όμως δεν τα κατάφερε. hij wilde het (wel), maar het is hem toch niet gelukt.
το ήθελε, αλλ' όμως δεν τα κατάφερε. hij wilde het (wel), maar het is hem toch niet gelukt.

Let op:
Παρά is in combatie met να een onderschikkend voegwoord van vergelijking. Na een ontkenning heeft het (onder weglating van de ontkenning) de betekenis van '(alleen) maar', 'slechts' of '(niets) dan':

δε θέλω τίποτ'  άλλο παρά να κοιμηθώ. ik wil alleen maar slapen (lett.: ik wil niets anders dan slapen).
δεν κάνει τίποτ' άλλο παρά να γκρινιάζει. hij doet niets anders dan klagen (lett.: hij doet niets anders dan dat hij klaagt).

Nb. παρά kan ook bijwoord zijn, met dezelfde betekenissen:

δεν έχω παρά δέκα δραχμές πάνω μου. ik heb maar tien drachmen bij me.

 

 


Auteursrecht voorbehouden. Zie pagina Copyright


Betekenis:
Semantiek

l

Zin:
Syntaxis

l

Woord:
Morfologie

l

Letter:
Alfabet

l

Klank:
Fonologie

     

*

*

*

*

   

+

+

 

De bovenstaande zwarte sterren geven van elke pagina het niveau aan.

1 ster: cursusniveau
2 sterren: schoolniveau
3 sterren: studieniveau
4 sterren: gevorderd studieniveau

1 plus: beschouwing
2 plussen: overzicht

Alle onderwerpen worden in ieder geval op niveau 1 aan de orde.
Een zwart naar boven wijzend driehoekje geeft aan dat een onderwerp ook op een hoger niveau aan de orde komt.

De zwarte naar links en rechts wijzende gesloten driehoekjes in het midden van het scherm zijn links naar de volgende pagina van hetzelfde onderwerp op hetzelfde niveau.

Teksten met een gestippelde onderstreping zijn links en/of tooltips.

In het geval van een link wijzigt tevens de achtergrondkleur.