Eerste kolom
lidw zelfst.nw bijv.nw bijw voornaamw telw werkw voorz voegw part woordvorming
Zinsleer
direct naar: Grammatica    Woordleer    Zinsleer
werkwoord naamvallen lidw zelfst nw bijv nw voornaamw telw bijw voorz voegw part woordvolgorde diversen
zinsdeel enkelv zin sameng zin hoofdzin vraagzin bijvoeglijke/betrekkelijke bijzin complementszin bijwoordelijke bijzin
Grammatica//Synt/Synt1


Zinsleer


Zin, onderwerp en persoonsvorm


Zinsleer houdt zich bezig met de regels die gelden om woorden te ordenen tot betekenisvolle zinnen.

een correcte zin herkennen we direct.
dit een zin met volgorde verkeerde is.

een correcte zin hoeft nog niet betekenisvol te zijn:
een gekookte gieter rookt de telefoon in de kat.
αύριο φεύγουμε για ταξίδι morgen gaan we op reis.

Deze regels strekken zich uit tot de volgorde van woorden en woordgroepen, de vervoeging of verbuiging van woorden en de relatie die bestaat tussen de keuzes daarin en de betekenis van de zin.

een foute vervoeging maakt is niet moeilijk.
de volgorde heeft een relatie met de betekenis:
- de ruiter leverde te paard grote prestaties.
- de ruiter te paard leverde grote prestaties.

Zinnen zijn combinaties van woorden en/of woordgroepen die samen een afgeronde uitspraak vormen.

In zo een uitspraak wordt uitdrukking gegeven aan een handeling, beweging of toestand van een persoon, zaak of begrip.

handeling: ik spreek.
beweging: de auto rijdt.
toestand: hij slaapt.
persoon: ik spreek.
zaak: de auto rijdt.
begrip: liefde overwint.
οι νέοι διασκεδάζουν.
ο ήλιος λάμπει
.
η συνομιλία ήταν ευχάριστη
.
de jongeren vermaken zich.
de zon schijnt.
het gesprek was aangenaam.

De persoon, zaak of begrip die in eerste instantie bij de handeling, beweging of toestand betrokken is, wordt uitgedrukt door een zelfstandig naamwoord, een persoonlijk voornaamwoord, een zelfstandig gebruikt woord of een zelfstandig gebruikte woordgroep.

de auto rijdt nog steeds.
ik spreek.
autorijden is niet zo eenvoudig.
goed autorijden kunnen maar weinigen.
ο ήλιος λάμπει.
εκείνη είναι καλύτερη
.
το Α είναι γράμμα
.
όλα τα παιδιά της γειτονιάς παίζουν
.
de zon schijnt.
zij is beter.
de A is een letter.
alle kinderen van de buurt spelen.

De zelfstandig gebruikte woordgroep kan op zichzelf ook weer een zin zijn.

wie voorzichtig rijdt, maakt weinig ongelukken.
το ότι νιώθεις καλά, με κάνει χαρούμενος. dat je je goed voelt, maaκt me blij.

Deze persoon, zaak of begrip heet het onderwerp danwel de onderwerpszin.
Wanneer het onderwerp in het Grieks niets anders zou zijn dan een (niet benadrukt) persoonlijk voornaamwoord dat ook al uit de uitgang van het werkwoord blijkt, wordt dit niet expliciet in de zin vermeld. De met 'hij', 'zij' of 'het' aangeduide persoon, zaak of begrip blijft echter benoemd als het onderwerp van de zin. Anders gezegd: de zin blijft een zin met een onderwerp.

αύριο φεύγουμε για ταξίδι. morgen gaan we op reis.

In gebiedende zinnen, in beknopte bijzinnen, uitroepen en uitroepende zinnen ontbreekt het onderwerp.

Gebiedende zin: maak niet zo een lawaai.
Beknopte bijzin: hij beloofde het nooit meer te doen.
έλα τότε μαζί μας.
καλημέρα
.
kom dan met ons mee.
goedendag.

Het onderwerp is dan echter duidelijk uit de context:

je moet niet zo een lawaai maken.
hij beloofde dat hij het nooit meer zou doen.

Handelingen, bewegingen en toestanden worden uitgedrukt door middel van werkwoorden. In een zin is dus een werkwoord of een combinatie van werkwoorden vereist.

Een combinatie van werkwoorden:
ik zou dat niet hebben kunnen doen.
του το έχω πει. ik heb het hem gezegd.

Het werkwoord dat zich in persoon en getal aanpast aan het onderwerp heet de persoonsvorm.

Het aantal deelnemers is lager dan vorig jaar.
του το έχω πει. ik heb het hem gezegd.

Een zin met slechts één persoonsvorm heet een enkelvoudige zin.

het gaat dan om een zin zonder bijzin.

Een zin met meer dan één persoonsvorm heet een samengestelde zin.

hij fietste heen maar liep terug.
als het regent, neemt hij de tram.
ο ξένος ανοίγει την πόρτα και μπαίνει μέσα.
ενώ δεν είναι πλούσιος, ζει πολύ ευτυχισμένος.
de vreemdeling opent de deur en gaat naar binnen.
hoewel hij niet rijk is, leeft hij heel gelukkig.

Tussen de twee enkelvoudige zinnen van een samengestelde zin kan grammaticale afhankelijkheid bestaan. De enkelvoudige zin die afhankelijk is van de andere, heet in dat geval de bijzin; de andere heet de hoofdzin.

Grammaticaal onafhankelijk: hij fietste heen maar liep terug.
Bijzin: De zin die afhankelijk is van de andere, heet de bijzin.
Hoofdzin: Als de bijzin wordt weggelaten, blijft de hoofdzin over.
Grammatiaal onafhankelijk: φύγε και περίμενε εκεί.
Hoofdzin: ενώ δεν είναι πλούσιος, ζει πολύ ευτυχισμένος.
Bijzin: ενώ δεν είναι πλούσιος, ζει πολύ ευτυχισμένος.
ga weg en wacht daar.
hoewel hij niet rijk is, leeft hij heel gelukkig.
hoewel hij niet rijk is, leeft hij heel gelukkig.

 


© Auteursrecht voorbehouden. Zie pagina Copyright


Betekenis:
Betekenisleer

l

Zin:
Zinsleer

l

Woord:
Woordleer

l

Letter:
Alfabet

l

Klank:
Uitspraak

     

*

*

*

*

   

+

+

De bovenstaande zwarte sterren geven van elke pagina het niveau aan.

1 ster: cursusniveau
2 sterren: schoolniveau
3 sterren: studieniveau
4 sterren: gevorderd studieniveau

1 plus: beschouwing
2 plussen: overzicht

Alle onderwerpen worden in ieder geval op niveau 1 aan de orde.
Een zwart naar boven wijzend driehoekje geeft aan dat een onderwerp ook op een hoger niveau aan de orde komt.

De zwarte naar links en rechts wijzende gesloten driehoekjes in het midden van het scherm zijn links naar de volgende pagina van hetzelfde onderwerp op hetzelfde niveau.

Teksten met een gestippelde onderstreping zijn links en/of tooltips.

In het geval van een link wijzigt tevens de achtergrondkleur.