Eerste kolom
zinsdeel enkelv zin sameng zin hoofdzin vraagzin bijvoeglijke/betrekkelijke bijzin complementszin bijwoordelijke bijzin
werkwoord naamvallen lidw zelfst nw bijv nw voornaamw telw bijw voorz voegw part woordvolgorde diversen
  Morfologie / Voorzetsels
direct naar: Grammatica    Morfologie    Syntaxis
lidw zelfst.nw bijv.nw bijw voornaamw telw werkw voorz voegw part woordvorming
Grammatica//MorfVorz3


Voorzetsel


Voorzetsels zijn niet-verbogen woorden.
Ze komen alleen voor als onderdeel van een groep van woorden.
Bijvoorbeeld: op straat, in het huis, met goede vrienden.
De rol die deze zogenaamde voorzetselgroep in de zin speelt varieert.
Een volledige bespreking van de voorzetsels vindt daarom in het kader van de zinsleer plaats.

Het Nederlands kent naast voorzetsels ook achterzetsels, die een vergelijkbare rol vervullen.
Bijvoorbeeld: hij loopt de trap af, onder de deur door, hij fietst tegen de wind in.
Soms komt een achterzetsel in combinatie met een voorzetsel voor.
Bijvoorbeeld: hij viel van het dak af.
Niet alle achterzetsels kunnen in het Nederlands als voorzetsel worden gebruikt: hij viel van het dak af, hij liep de trap af, hij ging met de anderen mee.
In de traditionele spraakkunst heten deze achterzetsels bijwoorden. Dit sluit aan bij de terminologie van de scheidbare samengestelde werkwoord: afvallen, aflopen, meegaan. Wanneer namelijk het prefix (af-, mee-) van de rest van het werkwoord wordt gescheiden, wordt prefix/voorzetseldeel als bijwoord benoemd.
Het Grieks kent geen achterzetsels.

Bijna alle voorzetsels kunnen als onderdeel van werkwoord worden gebruikt: aanbellen, oversteken, meegaan.
Bij het gebruik van een dergelijk werkwoord wordt in het Nederlands het voorzetsel deel gescheiden van het werkwoordsdeel: hij belt bij de buren aan.
Het Grieks kent dit verschijnsel niet.
 

Een andere bijzondere eigenschap van de voorzetsels is, dat een voorzetsel in het gebruik soms een vaste verbinding heeft met een werkwoord. Bijvoorbeeld: hij rekent op zijn buren. Er is geen sprake van een werkwoord 'oprekenen'. Toch is er geen ander voorzetsel mogelijk.
Het zinsdeel 'op zijn buren' dat hierdoοr ontstaat, heet voorzetselvoorwerp.

Behalve de 'enkelvoudige' voorzetsels kennen zowel het Nederlands als het Grieks nog samengestelde voorzetsels.
Bijvoorbeeld:  boven op de berg, achter in de kast.
Nb. Aaneengeschreven vormen behoren in het Nederlands overigens tot de bijwoorden: spring maar achterop.
Samengestelde voorzetsels  in het Grieks zijn bijvoorbeeld: γύρω σε  (rond), δίπλα σε (naast).

Vergelijkbaar met voorzetsels zijn de voorzetsel-uitdrukkingen. Dit zijn woordgroepen waarvan de betekenis (nagenoeg) gelijk is aan één enkel voorzetsel:  ten gevolge van, met betrekking tot, door middel van. Het Grieks kent deze ook: βάσει + 2 (op basis van), απουσία + 2 (bij afwezigheid van).
Zowel in het Nederlands als in het Grieks gaat het vaak om oude uitdrukkingen.

Van sommige voorzetsels zijn overtreffende trappen van bijvoeglijke naamwoorden afgeleid: binnenste, achterste.

De meeste voorzetsels leiden tot een bijwoordelijke bepaling (van tijd, plaats en dergelijke).

Het voorzetsel 'van' heeft de bijzondere rol dat het een bezitsrelatie aanduidt. De voorzetsel-uitdrukking is dan een bijvoeglijke bepaling.
In het Grieks wordt deze bezitsrelatie niet met een voorzetsel maar met de genitivus aangeduid.

Het voorzetsel 'aan' heeft, onder andere, de rol om het meewerkend voorwerp aan te duiden.
In het Grieks kan behalve met het voorzetsel σε ook door gebruik te maken van de genitivus (of zo men wil, de dativus; de vormen zijn in de dimotiki gelijk geworden, waardoor het besef van de onderlinge verschillen verloren gaat.)

Het voorzetsel 'door' heeft, onder andere, de rol om de actieve rol in de passieve zin aan te duiden. Dat zinsdeel, een bijzonder vorm van de bijwoordelijke bepaling, heet de passieve door-bepaling.

 

 

 


© Auteursrecht voorbehouden. Zie pagina Copyright


Betekenis:
Semantiek

l

Zin:
Syntaxis

l

Woord:
Morfologie

l

Letter:
Alfabet

l

Klank:
Uitspraak

     

*

*

*

*

   

+

+

 

De bovenstaande zwarte sterren geven van elke pagina het niveau aan.

1 ster: cursusniveau
2 sterren: schoolniveau
3 sterren: studieniveau
4 sterren: gevorderd studieniveau

1 plus: beschouwing
2 plussen: overzicht

Alle onderwerpen worden in ieder geval op niveau 1 aan de orde.
Een zwart naar boven wijzend driehoekje geeft aan dat een onderwerp ook op een hoger niveau aan de orde komt.

De zwarte naar links en rechts wijzende gesloten driehoekjes in het midden van het scherm zijn links naar de volgende pagina van hetzelfde onderwerp op hetzelfde niveau.

Teksten met een gestippelde onderstreping zijn links en/of tooltips.

In het geval van een link wijzigt tevens de achtergrondkleur.